Tagarchief: Katten

D-Day

Vandaag is de De Dag dat ik mijn frisse nieuwe poezen voor het eerst naar buiten doe. Jaaaaiks!! Als een moeder die haar kinderen voor het eerst de grote boze buitenwereld in laat.

Stap 1: gechipte poes programmeren in het kattenluikje. In de praktijk betekent dit: poes van buitenaf door kattenluik heen duwen. Dit gaat niet zonder slag of stoot want op het moment dat katten iets ‘moeten’ gaan ze zich verzetten. Goh. Herkenbaar…. Oftewel, poten breed uitzetten zodat alleen de kop door het luik gaat en poten blijven steken. Ja, geef ze eens ongelijk. Maar ja het mot ff gebeuren dus dan met liefdevol geweld de poes door luik heen drukken. Gelukkig leven katten in het nu dus eenmaal door het luik zijn ze deze kleine marteling alweer vergeten. Ging dat bij mensen maar zo. Even door het luikje en alles is vergeten en vergeven. Ideaal. Ik zeg briljant idee. Een mensenluik.

Stap 2: de poezen leren door het luik naar buiten te gaan. Beiden stonden er quasi- enthousiast voor. Al kwispelend voor zover katten dat kunnen. Mij lief en smekend aan te kijken zo van, en nu dan? Hoe werkt dit? Die paar seconden dat ze buiten zijn geweest in mijn houdgreep voor stap 1, heeft hun verlangen naar het leven aan de andere kant van het luik AAN gezet. Verlangen naar het onbekende, het onbekende gaan ontdekken. Ik wil ik wil ik wil en ik ga dit niet meer loslaten. Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Tenminste zo kijken ze.

Stap 3: poes voor poes door het luik heen naar buiten begeleiden zo van, zo werkt het. Eenmaal buiten kijken ze verward. Waar ben ik? Net was ik nog binnen. Dat. En dan mag ik als moederpoesmens proberen ontspannen te zijn en blij voor ze dat ze nu ‘eindelijk’ (als in na 3 weken, het valt mee) buiten zijn en de boel mogen gaan besnuffelen. Uhm….en dat valt niet mee. Mijn hart klopt toch wat sneller en die bekende moeilijke gedachtes die voorbij komen: “Stel dat ze er direct vandoor gaan en nooit weer terugkomen?” en “Ze zijn hier nog maar net dus pas maar op!” Dus ik begin als een bezetene met een bakje met kattensnoepjes te schudden. Dit, terwijl ze nog geen paar centimeter bij me vandaan zijn. Call me crazy. Ze kijken niet op of om. Sterker nog, ik word genegeerd. Auw. Tja, maar wat wil je ook. Buiten zijn de bloemetjes en de bijtjes. Wie wil daar nou niet in rondtoffelen? Dit in plaats van droge snoepjes die ze binnen ook krijgen naar binnenwerken?

Stap 4: vertrouwen hebben. Poepoe dit valt niet mee. Zo lief als ze zijn, komen ze toch af en toe even naar dit moederpoesmens toe, als om aan te geven hoe blij ze zijn met deze nieuwe stap. Ze moeten nog wel in het zicht blijven anders wordt het me te gortig. Niet ineens achter een struik verdwijnen. Stapje voor stapje. De ontmoeting met twee buurpoezen loopt voorspoedig op wat klein gemekker na. Oké en na 10 minuten vind ik het genoeg. Voor nu. Ik roep ze met een lieflijk stemmetje (alsof dat helpt) en als dat niet werkt, toch maar naar ze toe. Uitleggen waarom ze weer naar binnen ‘moeten’. Ze snappen er niks van. We zijn toch net buiten? En omdat ik wil dat ze het luikje gaan begrijpen, zet ik ze er voor neer met de uitleg dat ze naar binnen kunnen door met hun koppie eerst door het luikje te gaan. Beste uitleg ever, zeg ik. Meer woorden zijn niet nodig. Als ik het voor zou kunnen doen, zou ik het doen. Oké uitleg volstaat niet. Dan maar weer naar binnen ‘proppen’. Let wel: liefdevol proppen, er komt geen bloed aan te pas. Eenmaal binnen kijken ze weer verward: “huh?” Zijn ze ineens weer binnen. Ha en dan weer voor dat luikje gaan zitten. Morgen mag ik beginnen met stap 2. Nu al zin in.