Tagarchief: Humor

Bully de Buurtkat alias Bully from The Block

Hij is grijs met grote kop en volslank (heel erg volslank). Hij krijgt van mij het stempel HIJ omdat HIJ gemeen en niet-lief is tegen mijn twee wél-lieve, superschattige, doen-nooit-een-vlieg-kwaad parels van poesjes. Katers zijn gemeen en poesjes niet. Dik vet vooroordeel van mijn kant maar ‘soit’. Het is mij vergeven. Ik noem hem Bully.

Bully sloop regelmatig met zijn volslanke lijf mijn tuin in. Wij hadden een goeie relatie, Bully en ik. Dat hij in mijn weelderige kattenkruid high lag te worden (hij draaide er nog net geen joint van) om vervolgens in de zevende hemel weer weg te zwalken, vond ik dan ook geen punt. Het volslanke lijf kon zelfs een aai van mij krijgen. Zat hij niet op te wachten. Stom eenkennig beest haha.

Nena, mijn ex-poes, moest niets van Bully de Buurtkat hebben. Zodra ze zijn grote katerkop in zicht had, stoof ze, van binnen keihard door het luik naar buiten, met een rotvaart op hem af. Nena was voor de duvel niet bang. Ging overal op af. Alles op vier poten, met staart en snorharen werd zonder pardon naar het einde der tuin verwezen. Zonder uitleg. Ze waren gewoon niet welkom. Het was Nena en ik en ik en Nena. Punt. Dat had zij zo besloten.

Haar broertje Luna had ze jaren geleden al weggepest. Opzouten moest-ie. Hij was een ‘hij’, maar wel een ‘geholpen hij’, als in, zijn ballen waren ver te zoeken. Moest ze niets van hebben, kerels zonder ballen. Ze lijkt mij wel. Al kan ik op het gebied van kerels met en zonder ballen wegjagen nog een boel van haar leren. Interessant scenario doemt op. De deurbel gaat. Een willekeurige man met-of-zonder staat voor de deur. Ik doe de deur open, begin te blazen en roep keihard BOE! Knappe kerel die dan nog bij mij durft aan te bellen.

Om terug te komen op Bully. Hoe beter onze band werd nadat Nena naar de poezenhemel was vertrokken, hoe meer hij mij de baas werd. Katten kunnen dat. Het zijn meesterverleiders (oeps katten spiegelen): Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Jouw huis is mijn huis. Jouw tuin is mijn tuin. Vooral dat laatste. Voor ik het wist, verloor ik op een dag in de tuin mijn zelfrespect (met schattig stemmetje Bully smeken om een aai). In plaats van de aai in ontvangst te willen nemen, joeg hij mijn twee lieftallige, nietsvermoedende poezenjuweeltjes de stuipen op het lijf door als een dolle schuddebuikend op ze af te rennen.

Let wel, dit was niet speels bedoeld. Het gevolg was dat zowel poes 1 als poes 2 niets liever wilde dan zich tegelijk, zo snel mogelijk door het kattenluik heen proppen het veilige huis in, wat natuurlijk niet paste hoe mooi slank ze ook zijn. Oké poes 1 was net iets sneller en binnen, poes 2 rende in paniek met Bully achter zich aan toch maar weer de tuin in. Ik, hevig onthutst door het hele gebeuren, probeerde in allerijl het grote monster nog bij zijn staart te grijpen, maar het mocht niet baten. Hij was me te snel af. Hij had een doel en niks kon hem daar vanaf brengen. Poes 2 was in geen velden of wegen meer te bekennen, net als Bully. Wat overbleef was een poezenmoeder die totaal verbouwereerd en zichzelf verwijten makend in de tuin achterbleef. Poes 2 roepend. Tevergeefs.

Goed, en wat deed ik vervolgens? Het meest volwassene wat ik in zo’n geval kon doen, namelijk keihard optreden. Niemand komt aan mijn meisjes. Kom je aan mijn meisjes dan kom je aan mij. Dat soort teksten. In de praktijk betekent dit: Bully in de tuin, ik erop af mét glas water. Dat zal hem leren. Die eikel. Wat denkt hij wel niet? Oog om oog, tand om tand. Dat doe je als mensenmoeder toch ook? Als je kind gepest wordt, sta je toch ook op het schoolplein klaar met een glas water om die pestkop eens even goed aan te pakken? Ja toch?

Of toch niet? Want voelt dit ook goed? Nee dus. En Bully? Die snapt er geen reet van. Ik zie hem denken. Schouderophalend denken: “Wat een raar, inconsequent mens. Eerst wil ze dit en nu dat”.

Wat ik, als volwassene, ook kan doen (ik, die net een peperdure currrrrrsus ‘Communiceren, hoe doe je dat ook weer’ achter de rug heeft, want wie weet immers nog hoe dat moet: praten in plaats van typen), is Bully uitnodigen voor een bakkie en een goed gesprek. Mét brokje en als het echt gezellig wordt een blikje tonijn. Gaan we het uitpraten, bijleggen en vrede sluiten. Wie weet komen we tot een goed compromis. Zoals: in een even week mag je de tuin in. Of om het weekend. Werkt altijd dit soort afspraken. Beide partijen tevreden. Miauw.

D-Day

Vandaag is de De Dag dat ik mijn frisse nieuwe poezen voor het eerst naar buiten doe. Jaaaaiks!! Als een moeder die haar kinderen voor het eerst de grote boze buitenwereld in laat.

Stap 1: gechipte poes programmeren in het kattenluikje. In de praktijk betekent dit: poes van buitenaf door kattenluik heen duwen. Dit gaat niet zonder slag of stoot want op het moment dat katten iets ‘moeten’ gaan ze zich verzetten. Goh. Herkenbaar…. Oftewel, poten breed uitzetten zodat alleen de kop door het luik gaat en poten blijven steken. Ja, geef ze eens ongelijk. Maar ja het mot ff gebeuren dus dan met liefdevol geweld de poes door luik heen drukken. Gelukkig leven katten in het nu dus eenmaal door het luik zijn ze deze kleine marteling alweer vergeten. Ging dat bij mensen maar zo. Even door het luikje en alles is vergeten en vergeven. Ideaal. Ik zeg briljant idee. Een mensenluik.

Stap 2: de poezen leren door het luik naar buiten te gaan. Beiden stonden er quasi- enthousiast voor. Al kwispelend voor zover katten dat kunnen. Mij lief en smekend aan te kijken zo van, en nu dan? Hoe werkt dit? Die paar seconden dat ze buiten zijn geweest in mijn houdgreep voor stap 1, heeft hun verlangen naar het leven aan de andere kant van het luik AAN gezet. Verlangen naar het onbekende, het onbekende gaan ontdekken. Ik wil ik wil ik wil en ik ga dit niet meer loslaten. Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Tenminste zo kijken ze.

Stap 3: poes voor poes door het luik heen naar buiten begeleiden zo van, zo werkt het. Eenmaal buiten kijken ze verward. Waar ben ik? Net was ik nog binnen. Dat. En dan mag ik als moederpoesmens proberen ontspannen te zijn en blij voor ze dat ze nu ‘eindelijk’ (als in na 3 weken, het valt mee) buiten zijn en de boel mogen gaan besnuffelen. Uhm….en dat valt niet mee. Mijn hart klopt toch wat sneller en die bekende moeilijke gedachtes die voorbij komen: “Stel dat ze er direct vandoor gaan en nooit weer terugkomen?” en “Ze zijn hier nog maar net dus pas maar op!” Dus ik begin als een bezetene met een bakje met kattensnoepjes te schudden. Dit, terwijl ze nog geen paar centimeter bij me vandaan zijn. Call me crazy. Ze kijken niet op of om. Sterker nog, ik word genegeerd. Auw. Tja, maar wat wil je ook. Buiten zijn de bloemetjes en de bijtjes. Wie wil daar nou niet in rondtoffelen? Dit in plaats van droge snoepjes die ze binnen ook krijgen naar binnenwerken?

Stap 4: vertrouwen hebben. Poepoe dit valt niet mee. Zo lief als ze zijn, komen ze toch af en toe even naar dit moederpoesmens toe, als om aan te geven hoe blij ze zijn met deze nieuwe stap. Ze moeten nog wel in het zicht blijven anders wordt het me te gortig. Niet ineens achter een struik verdwijnen. Stapje voor stapje. De ontmoeting met twee buurpoezen loopt voorspoedig op wat klein gemekker na. Oké en na 10 minuten vind ik het genoeg. Voor nu. Ik roep ze met een lieflijk stemmetje (alsof dat helpt) en als dat niet werkt, toch maar naar ze toe. Uitleggen waarom ze weer naar binnen ‘moeten’. Ze snappen er niks van. We zijn toch net buiten? En omdat ik wil dat ze het luikje gaan begrijpen, zet ik ze er voor neer met de uitleg dat ze naar binnen kunnen door met hun koppie eerst door het luikje te gaan. Beste uitleg ever, zeg ik. Meer woorden zijn niet nodig. Als ik het voor zou kunnen doen, zou ik het doen. Oké uitleg volstaat niet. Dan maar weer naar binnen ‘proppen’. Let wel: liefdevol proppen, er komt geen bloed aan te pas. Eenmaal binnen kijken ze weer verward: “huh?” Zijn ze ineens weer binnen. Ha en dan weer voor dat luikje gaan zitten. Morgen mag ik beginnen met stap 2. Nu al zin in.