Tagarchief: HoogSensitiefPersoon

Ja, ik ben hooggevoelig, so what?

Elaine Aron schreef, na uitgebreid onderzoek, in haar boek ‘The Highly Sensitive Person’ (1996) dat 20% van de bevolking hooggevoelig is. Volgens mij is dit,  inmiddels meer dan 20 jaar later, wel wat procentjes meer. Is het niet omgekeerd nu? Dat 80% van de mensheid hooggevoelig is en 20% niet?

Oké, oké … dit is wellicht wat overdreven, maar meer dan 20% zou me niet verbazen. Zelfs de meest stoere ‘manman’ kan tegenwoordig ineens uit de kast komen en roepen dattie toch wel wat gevoelig is voor de energie van zijn collega op de bouwplaats. Dat hij wel wat last heeft van de sfeer die er is op de bovenste steiger en dat hij na een dag werken zich wel erg leeg voelt en tijd nodig heeft om op te laden. Ja, wat me-time nodig heeft. Hahaha, zie je het voor je? Ik wel😊.

Iedereen mag zijn wie hij of zij is. Met of zonder gevoeligheid. Waarom kan het dan toch lastig zijn toe te geven dat je hooggevoelig bent, in meer of mindere mate?

Het is volgens mij het woord ‘gevoelig’ dat het lastig maakt. Want, ik kan me voorstellen dat sommigen van jullie denken: ‘Ikke?? Gevoelig?? Heus niet. Ik doe gewoon mijn ding hoor’.

‘Gevoelig’ heeft voor veel mensen, vooral voor mannen denk ik, de associatie: huilend op de bank kijken naar Bambi, zelfs bij Koffietijd rollen de tranen over je (behaarde) wangen en bij Top Gear kun je het al helemaal niet droog houden…😉 Gevoelig = jankerd en vooral heel snel emotioneel. Ik heb dit zelf ook lange tijd gehad, dat gevoel van: mij krijg je niet klein, zelfs bij een stervend hertje ging ik gewoon door met mijn push-ups. Ik voelde natuurlijk wel wat, duhuh, maar het laten zien ho maar.

Dat was toen. Nu ben ik zover dat ik blij ben dat ik VOEL en GEVOELIG ben. Joepi, ik voel!!! Dat.

Al levert dit soms pijnlijke momenten op als de grote boze buitenwereld hier iets van vindt en erop reageert. Deze pijnlijke momenten zie ik als groeimomenten. Het is weer die spiegel net als in mijn vorige blog over relaties. Zolang die buitenwereld mij nog raakt in mijn gevoelig zijn, betekent dit, dat ik mijn gevoeligheid nog niet volledig heb geaccepteerd. Anders zou het me niet raken, toch?

Ik kan die buitenwereld wel eerst heel stom en bot vinden, maar na een poosje realiseer ik me dan dat het iets zegt over hoe ik me voel, over mij. Zoals ook het voorbeeld in de blog van november 2019 over die op-de-inhoud-managers die mij kwetsbaar vonden overkomen. Dat raakte me. Waarom? Omdat ik mijn gevoeligheid, mijn kwetsbaarheid nog niet volledig had geaccepteerd. Goh. Katsjing! Leermomentje.

Dus vanaf nu is daar de f*ck-it houding inclusief mantra: ‘Ja, ik ben hooggevoelig, so what?’
Doe jij met me mee?

Help, mijn partner begrijpt mij niet!

Herken je dat? Dat jij je als hoogsensitief mens (HSP – HoogSensitiefPersoon) vaak onbegrepen voelt door je partner? Je partner die hoogstwaarschijnlijk, in het geval van onbegrip, niet hoogsensitief is? Mij wordt nog wel eens gevraagd: “Hoe leg ik toch uit wat hooggevoeligheid is?”

Tja, goeie vraag. Ik leg vaak helemaal niet uit wat hooggevoeligheid is. Ik geef ‘gewoon’ duidelijk aan wat mijn grenzen zijn en vertel erbij waarom die grenzen er zijn en wat de gevolgen zijn als ik, en daarmee de ander, mijn grenzen niet accepteert. Dit klinkt als een dreigement en dat is het ook, haha! Want ja als ik over mijn grenzen ga, dan plukt ook de ander hier de vruchten van…

Een voorbeeld: ik sta te koken en mijn lieftallige partner begint van alles over zijn dag te vertellen. Heel gezellig en goed bedoeld, maar dit werkt voor mij dus niet. Als er iets is dat ik niet kan, is het wel multitasken. Koken én luisteren = multitasken. Als HSP luister ik graag echt en met aandacht naar de ander en niet half, ik kan dat niet eens. Soms ook heel vermoeiend trouwens als er iets heel oninteressants verteld wordt😊. Ik zou kunnen zeggen als reactie op zijn verhaal: “Oh ja? Oh goh. Oh ja wat leuk ja” terwijl ik amper doorheb wat hij zegt. Dit is niet lief en voelt ook niet goed voor mij.

Ik benoem dit door te zeggen dat ik heel graag naar zijn verhalen wil luisteren, maar liever niet tijdens het koken. “Straks met een bel wijn ben ik er helemaal voor je…😉”. Ik vertel erbij dat ik onrustig word als ik twee dingen tegelijk wil doen en dat het gevolg is dat ik dan beide dingen half doe. Hij krijgt niet de aandacht die ik hem wil geven en de pan waarin ik sta te roeren, ontbeert dan ook mijn jemig-wat-moest-er-ook-nog-meer-in toewijding.

Op deze manier hoef ik niet uit te leggen dat dit met hooggevoelig zijn te maken heeft. Eigenlijk vertel ik de ander gewoon wat ik nodig heb om me te kunnen blijven focussen op wat ik doe. Het is mijn ervaring, dat hoe meer ik de aandacht leg op mijn hooggevoeligheid, hoe meer last ik ervan ondervind. Hoe meer ik accepteer wie ik ben en wat ik nodig heb om goed te kunnen functioneren hoe minder mijn hooggevoelig zijn een issue is. Het is maar waar je de focus op legt. Wat je aandacht geeft, groeit.

Het gaat er volgens mij om dat jij eerst jezelf en je hooggevoeligheid accepteert en als het ware omarmt. Klinkt misschien wat ‘Jaiks!’, maar het helpt. Echt waar. Zolang jij je nog wat hobbelig en wiebelig voelt op je hooggevoelige weg, zal je dit gespiegeld krijgen door je partner in de vorm van bijvoorbeeld onbegrip. In wezen mag je je niet-hoogsensitieve partner dankbaar zijn voor de spiegels en daarmee de lessen die je krijgt waardoor jij als gevoelig mens kunt groeien.

Bully de Buurtkat alias Bully from The Block

Hij is grijs met grote kop en volslank (heel erg volslank). Hij krijgt van mij het stempel HIJ omdat HIJ gemeen en niet-lief is tegen mijn twee wél-lieve, superschattige, doen-nooit-een-vlieg-kwaad parels van poesjes. Katers zijn gemeen en poesjes niet. Dik vet vooroordeel van mijn kant maar ‘soit’. Het is mij vergeven. Ik noem hem Bully.

Bully sloop regelmatig met zijn volslanke lijf mijn tuin in. Wij hadden een goeie relatie, Bully en ik. Dat hij in mijn weelderige kattenkruid high lag te worden (hij draaide er nog net geen joint van) om vervolgens in de zevende hemel weer weg te zwalken, vond ik dan ook geen punt. Het volslanke lijf kon zelfs een aai van mij krijgen. Zat hij niet op te wachten. Stom eenkennig beest haha.

Nena, mijn ex-poes, moest niets van Bully de Buurtkat hebben. Zodra ze zijn grote katerkop in zicht had, stoof ze, van binnen keihard door het luik naar buiten, met een rotvaart op hem af. Nena was voor de duvel niet bang. Ging overal op af. Alles op vier poten, met staart en snorharen werd zonder pardon naar het einde der tuin verwezen. Zonder uitleg. Ze waren gewoon niet welkom. Het was Nena en ik en ik en Nena. Punt. Dat had zij zo besloten.

Haar broertje Luna had ze jaren geleden al weggepest. Opzouten moest-ie. Hij was een ‘hij’, maar wel een ‘geholpen hij’, als in, zijn ballen waren ver te zoeken. Moest ze niets van hebben, kerels zonder ballen. Ze lijkt mij wel. Al kan ik op het gebied van kerels met en zonder ballen wegjagen nog een boel van haar leren. Interessant scenario doemt op. De deurbel gaat. Een willekeurige man met-of-zonder staat voor de deur. Ik doe de deur open, begin te blazen en roep keihard BOE! Knappe kerel die dan nog bij mij durft aan te bellen.

Om terug te komen op Bully. Hoe beter onze band werd nadat Nena naar de poezenhemel was vertrokken, hoe meer hij mij de baas werd. Katten kunnen dat. Het zijn meesterverleiders (oeps katten spiegelen): Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Jouw huis is mijn huis. Jouw tuin is mijn tuin. Vooral dat laatste. Voor ik het wist, verloor ik op een dag in de tuin mijn zelfrespect (met schattig stemmetje Bully smeken om een aai). In plaats van de aai in ontvangst te willen nemen, joeg hij mijn twee lieftallige, nietsvermoedende poezenjuweeltjes de stuipen op het lijf door als een dolle schuddebuikend op ze af te rennen.

Let wel, dit was niet speels bedoeld. Het gevolg was dat zowel poes 1 als poes 2 niets liever wilde dan zich tegelijk, zo snel mogelijk door het kattenluik heen proppen het veilige huis in, wat natuurlijk niet paste hoe mooi slank ze ook zijn. Oké poes 1 was net iets sneller en binnen, poes 2 rende in paniek met Bully achter zich aan toch maar weer de tuin in. Ik, hevig onthutst door het hele gebeuren, probeerde in allerijl het grote monster nog bij zijn staart te grijpen, maar het mocht niet baten. Hij was me te snel af. Hij had een doel en niks kon hem daar vanaf brengen. Poes 2 was in geen velden of wegen meer te bekennen, net als Bully. Wat overbleef was een poezenmoeder die totaal verbouwereerd en zichzelf verwijten makend in de tuin achterbleef. Poes 2 roepend. Tevergeefs.

Goed, en wat deed ik vervolgens? Het meest volwassene wat ik in zo’n geval kon doen, namelijk keihard optreden. Niemand komt aan mijn meisjes. Kom je aan mijn meisjes dan kom je aan mij. Dat soort teksten. In de praktijk betekent dit: Bully in de tuin, ik erop af mét glas water. Dat zal hem leren. Die eikel. Wat denkt hij wel niet? Oog om oog, tand om tand. Dat doe je als mensenmoeder toch ook? Als je kind gepest wordt, sta je toch ook op het schoolplein klaar met een glas water om die pestkop eens even goed aan te pakken? Ja toch?

Of toch niet? Want voelt dit ook goed? Nee dus. En Bully? Die snapt er geen reet van. Ik zie hem denken. Schouderophalend denken: “Wat een raar, inconsequent mens. Eerst wil ze dit en nu dat”.

Wat ik, als volwassene, ook kan doen (ik, die net een peperdure currrrrrsus ‘Communiceren, hoe doe je dat ook weer’ achter de rug heeft, want wie weet immers nog hoe dat moet: praten in plaats van typen), is Bully uitnodigen voor een bakkie en een goed gesprek. Mét brokje en als het echt gezellig wordt een blikje tonijn. Gaan we het uitpraten, bijleggen en vrede sluiten. Wie weet komen we tot een goed compromis. Zoals: in een even week mag je de tuin in. Of om het weekend. Werkt altijd dit soort afspraken. Beide partijen tevreden. Miauw.

Hatseflatse! Dat dacht ik.

Na een halve parkeerplaats, een hele parkeerplaats, rondjes om de parkeerplaats en rennen als een malle door Veenhuizen, ik gisteren naar de Estafetterun van Roden.

De beginnerscursus Hartlopen afgerond en dus werd het de hoogste tijd voor wat prestatie- en bewijsdrang, bleek. Trainster Annie Fabriek had een tijdje geleden in de groepsapp gevraagd wie er mee wilde doen aan de estafette. En ja hoor, ik stak mijn digitale vinger in de lucht. Aaargh!!! Yep, ik doe wel mee. Hoe moeilijk kan het zijn. Easy peasy. Een rondje van 3,5 km moet lukken.

In de app roept het makkelijk. Heel makkelijk. En 23 juni leek nog ver weg. Totdat ik gisterochtend alweer op de wc zat. SHIT het is 23 juni!! Ik moest en mocht eraan geloven. Heb vorige week echt mijn best gedaan en mijn brein hard laten werken om maar excuses te vinden zodat ik niet heen hoefde. Iets met weerstand en iets echt niet willen, omdat ik DENK dat ik het niet kan, daar istie weer!!:

“Die anderen zijn veel sneller dan ik, dus laat iemand anders maar meedoen”
“Wat als ik de anderen teleurstel. Het is beter dat ik niet meedoe”
“Het word te warm, dat trek ik niet, ik val nog eens dood neer bij de finish als ik de finish al haal”

Echt. Het ging van kwaad tot erger.

Mijn brein is heel creatief als het gaat om excuses verzinnen om iets NIET te gaan doen. Dat ‘iets’ is vaak iets waar ik als mens van kan groeien. Waarom komt mijn brein niet met positieve motivatie en enthousiaste kreten als

“You can do it!” en “Heleen, als iemand het kan ben jij het!!”

Echt ontzettend stom. Nee in plaats daarvan mocht ik me door allerlei negatieve meuk en mindf*cks heen worstelen. Is me gelukt. Yes I can.

Ik was tweede in de estafetterij. Na Jan die loopt als een tiet. Lintje van Jan naar mij….iets met in een wisselvak staan en oooh god als ik dat lintje nu maar om krijg en niet laat vallen. Gelukt. Het begin ging aardig, maar na zo’n paar honderd meter was de gang er al uit. Daarna ging ik, voor mijn gevoel, als een slak, een schildpad en wat voor trage dieren zijn er nog meer. Alles en iedereen haalde me in. Uitslovers. Werd er sjaggie van en voelde dat mijn hoofd steeds heter en heter werd = rood en hopelijk nog niet paars. En dat er dan ook nog iemand (als in grijs en minstens 10 jaar ouder dan ik) tegen mij schreeuwt: “Ben jij een tijdloper??” Huh, dacht ik. Weet ik veel. Iedereen loopt toch ‘in tijd’? Dus ik schreeuw oververhit en brommerig terug: “Hoezo??” Hij: “Dan moet je rechts lopen!!” Gggrrrrr……Ik heb nergens gelezen dat als je er als een oververhitte slak bijloopt je dan rechts moet lopen. Ik zal de organisatie aanschrijven.

Maaarrrr…..de finish werd gehaald! In mijn eigen tempo. Precies zoals Annie Fabriek zei: “Loop gewoon je eigen tempo. Het maakt echt niet uit hoe lang je erover doet”. En dat heb ik maar ter harte genomen. Hoe sjaggie ik was tijdens het lopen, hoe blij ik erna was. Toffe support van de teamleden. Niemand die boos keek. En Wia die na mij haar ding kon doen. In haar tempo.

En last but not least: bitterballen met bier, cola en bitter lemon.
Een geslaagde middag waarin mijn wilskracht en vertrouwen het wonnen van mijn hoofd. Hatseflatse!! Dat dacht ik.

Wat denk jij dat je niet kunt en ga je toch doen?

Oké ik dus gisteravond naar een cursus hardlopen. Voor beginners wel te verstaan. Ik had geen zin, echt geen zin. Ik wilde niet heen, want ik kan dat niet ..hardlopen. Wat doe ik mezelf aan? Een hele rits aan beperkende gedachtes kwamen voorbij. Waarom ga ik dit doen terwijl ik het niet leuk vind? Maar vind ik het echt niet leuk of vind ik het niet leuk omdat ik DENK dat ik het niet kan. Ja dat dus.

Op de middelbare school liep ik altijd achteraan met rondjes rennen rond het voetbalveld. Die gymleraar die dan weer tegen me schreeuwde: “Kom op Heleen!”. Ja uuh krijg jij ff lekker het heen en weer dacht ik en vooral: “Doe het ff lekker zelf”. Haha. Ook met vriendinnen ‘geprobeerd’ hard te lopen, want ja het is zo lekker makkelijk. Je loopt zo naar buiten in je strakke pakkie en gaan met die banaan. Nou binnen de kortste keren was mijn hartslag mijn keel al ingeschoten en kon ik geen stap meer verzetten. En zo heb ik tig voorbeelden die bewijzen dat ik echt niet kan hardlopen. Stoer aan bootcamp gaan doen en er dan niet bij vermelden dat ik achteraan liep. Elke keer. Hardlopen is gewoon stom en alleen bedoeld voor mensen die een trein of bus moeten halen en ik heb een auto. Dus. Of vroeg ik misschien wat te veel van mezelf? Wilde ik te snel, te veel? Misschien iets met te hard van stapel lopen (ja hij is leuk)?

Ja dus. Gisteravond bij Annie Fabriek van Hart-lopen al geleerd dat je vooral rustig moet beginnen. Goh. Klinkt ook best wel logisch. Geen marathonstappen maar gewoon kleine stappen in je eigen tempo. Dan is het best aardig te doen. Ik ben er nog niet, nog lang niet. Maar de wil en het streven is er om aan het einde van de 10 weken 20 minuten te kunnen hardlopen. Of meer!! Dat zou voor mij een echte overwinning zijn. Iets doen waarvan ik dacht dat ik het nooit zou kunnen. ‘Eat that’ meneer de gymleraar! Rondje voetbalveld doen? Niet nu, over 10 weken.

Wat denk jij dat je niet kunt en ga je toch doen?