Ik? Kwetsbaar? Hoe bedoel je?

Bleg. Stom woord ‘kwetsbaar’. Het raakt iets in me. En als iets me raakt zit er een hele grote kern van waarheid in…

Kwetsbaar, zo werd ik onlangs genoemd door twee jonge, ambitieuze, op-de-inhoud managers van een bedrijf waar ik solliciteerde. Sterker nog, mijn kwetsbaarheid was één van de redenen waarom ik niet bij ze mocht komen werken. Auw. Dat deed even zeer.

(Mijn primaire en emotionele reactie na de afwijzing: ‘ha, alsof ik bere-enthousiast was om bij jullie te komen werken en zin had om elke dag op dat industrieterrein een rondje te luchten in de lunchpauze met appel en broodje kaas!! Zie ze lopen, die file wandelende kantoortweevoeters in hun pak en pakje met ‘ik-ben-belangrijk-pasje’ aan hun broek. Wat is dat toch voor soort dat elke dag tussen vier muren zit en tussen de middag naar buiten mag. Hebben ze overeenkomstige eigenschappen? Ik zeg, tijd voor wetenschappelijk onderzoek”. Tot zover mijn emotionele uitbarsting).

De uitbarsting van hierboven was ook direct mijn binnenkomer. Mijn sollicitatiegesprek begon namelijk rond lunchtijd. Ik zat braaf te wachten bij de entree van het gebouw, waar het een drukte van belang was bij de welbekende draaideur, inclusief benodigd pasje, naar binnen de vier muren in. Alle tweevoeters wilden blijkbaar graag weer aan het werk. Ze waren immers ook al 30 minuten buiten geweest. Dus ik vraag aan de manager van de weet-ik-niet-meer-precies-afdeling: “Goh, druk hier, ze hebben allemaal even lekker gelucht?” Geen idee of dat een slimme zet was. Hij grinnikte wat. Verder kwam het niet. Oeps.

Maar goed, na mijn primaire, emotionele reactie kwam de berusting en moest ik ze wel gelijk geven. Met dat kwetsbare van mij. Het verschil tussen hen en mij, tussen denken en voelen (niet dat ik nooit denk hoor, al streef ik daar wel naar😊), begon al bij het voorstelrondje. Manager 1: blablablablablablabla. Manager 2: blablablabla en oh ja blablablabla en bla. Stagiaire (mocht van mij ‘meekijken’): ik wil heel graag manager worden. Good for her. Na dit rondje zei ik: “Nu heb ik nog steeds geen idee wie jullie zijn”. Slimme zet nummer 2? … En dan wel aan mij vragen: “En Heleen, wie ben jij?” Dat. Toen had ik al op kunnen stappen.

In plaats van opstappen, stelde ik mij kwetsbaar op. Bleek achteraf. Als in, ik vertelde wie ik ben, waar ik vandaan kom, hoe ik tot dit punt gekomen ben etc. Blijkbaar is er ook zoiets als te eerlijk zijn en teveel vertellen. Dat maakte mij kwetsbaar. Ik vertelde persoonlijke dingen, terwijl zij dat niet hadden gedaan. Geen slimme zet (nummer 3😊), maar wel eerlijk. Want zo ben ik. Puur en eerlijk. Ik praat met de ander vanuit mijn gevoel, vanuit wie ik ben, niet vanuit mijn hoofd. Dat kan ik niet (meer). Mijn hoe-wil-ik-overkomen-en-wat-willen-ze-horen maskers zijn weg. Zo ging ik de draaideur door. Gewoon zoals ik ben. Tja, en dan kun je de deksel op je neus krijgen. Confronterend en tegelijkertijd een mooi leer- en groeimoment. Niets gebeurt voor niks en alles heeft een reden.

Nu ben ik beide jonge honden dankbaar dat ze me niet aan hebben genomen. Het verschil in bewustzijn was te groot. Zo kan ik het nu zien. De honden en ik leven in twee verschillende werelden. We communiceerden vanuit verschillende frequenties en dan kan het nooit een match worden. Dankbaar voor deze mooie les♥. En we gaan doorrrr!!