Categoriearchief: Blog

Ze moet weten wat ze wil!

Victor de Barman: “Op wat voor type val je?”
Zij: “Ja, nou uuuh…, spontaan, mooie ogen, uitstraling (heel origineel) en oh ja, ze moet weten wat ze wil!”

Kijkend naar First Dates (heerlijk programma, waarin twee mensen, man-vrouw, man-man, vrouw-vrouw, met elkaar op blind-date gaan en elkaar ontmoeten in het First Dates restaurant) valt het me op hoe vaak het zinnetje: “Ja, hij (of zij) moet wel weten wat ze wil!” voorbij komt.

Dat zinnetje triggert iets in me. Want, wat bedoelen ze met dat zinnetje? Betekent dit dat die ander precies moet weten waar hij/zij nu staat en waar hij/zij naartoe wil? En niet mag zeggen: “Ik heb geen idee!” of “Ik weet het even niet, geef mijn portie maar aan Fikkie!”. Oeioei.

Het zegt iets over de persoon die het zegt, volgens mij. Zij van het filmpje ‘moet’ misschien wel van zichzelf weten wat ze wil, altijd. Dit terwijl ze wellicht verlangt naar: “Ik weet het allemaal even niet.” Zou ze streng zijn voor zichzelf? En hard? Mijn gevoel zegt…😉

Want wie weet nu altijd wat hij wil? Ik niet. Nu bijvoorbeeld. Momenteel ga ik door een fase van ‘naar binnen keren’ en ‘stil zijn’ heen. Heb ik vaker gehad die fases. Yep, I know. Maar nu is het voor het eggie. Soms wat ongemakkelijk, maar tegelijkertijd heel boeiend. Deze fase betekent onder andere dat ik nu niet weet wat precies mijn volgende stap is. Mijn lieve ego (geef het een naam = mijn oude overgenomen uit omgeving en voldoen aan verwachtingen-gedrag) is hier niet blij mee, want het brengt onzekerheid met zich mee. Geef-het-een-naam-ego houdt van controle en grip hebben en zowel controle als grip zijn beide met de Noorderzon vertrokken. Ze hadden er geen zin meer in. Ik zeg BaaiBaai…..! (het zou flauw zijn om er TaaiTaai achter te zetten nu het bijna december is😊)

Ik heb geen grip en geen controle. Punt. Het zijn beide illusies. Beide overlevingsmechanismes, die mij heel lang gediend hebben en daar ben ik ze dankbaar voor. Samen, met ons drietjes hebben we veel meegemaakt, Controle, Grip en ik. Fijne dingen en minder fijne dingen. Ze zijn er altijd voor me geweest. Ik kon op ze bouwen. Nu is het tijd voor mij om alleen verder te gaan. Of ik ze mis? Ja. Het is wennen. Soms voel ik me eenzaam en wil dan naar ze teruggrijpen. Zo van: HELLUP!! Maar ja, zij liggen ergens op een strand in weet ik veel waar (ik mocht hun adres niet hebben…eikels) bij te komen van al het harde werk. Mietjes. Haha…

Lang verhaal kort. Ik gun mijzelf deze fase waarin ik het even niet weet, maar waarin ik me wel heel goed voel. Over mijzelf. Ik ervaar rust en ruimte en dat is een groot goed. De relatie die ik heb met mijzelf wordt steeds beter, zachter en liefdevoller. Laatst zei ik tegen mijn lieve kleurenmaatje: “Ik word nog eens een dikke softie, haha! Zo’n huilebalk”. Hij: “Dan ben ik er ook voor je”. Wat een topper♥.

Hoe zit het met jouw Controle en Grip? Zijn ze nog bij je?

Bully de Buurtkat alias Bully from The Block

Hij is grijs met grote kop en volslank (heel erg volslank). Hij krijgt van mij het stempel HIJ omdat HIJ gemeen en niet-lief is tegen mijn twee wél-lieve, superschattige, doen-nooit-een-vlieg-kwaad parels van poesjes. Katers zijn gemeen en poesjes niet. Dik vet vooroordeel van mijn kant maar ‘soit’. Het is mij vergeven. Ik noem hem Bully.

Bully sloop regelmatig met zijn volslanke lijf mijn tuin in. Wij hadden een goeie relatie, Bully en ik. Dat hij in mijn weelderige kattenkruid high lag te worden (hij draaide er nog net geen joint van) om vervolgens in de zevende hemel weer weg te zwalken, vond ik dan ook geen punt. Het volslanke lijf kon zelfs een aai van mij krijgen. Zat hij niet op te wachten. Stom eenkennig beest haha.

Nena, mijn ex-poes, moest niets van Bully de Buurtkat hebben. Zodra ze zijn grote katerkop in zicht had, stoof ze, van binnen keihard door het luik naar buiten, met een rotvaart op hem af. Nena was voor de duvel niet bang. Ging overal op af. Alles op vier poten, met staart en snorharen werd zonder pardon naar het einde der tuin verwezen. Zonder uitleg. Ze waren gewoon niet welkom. Het was Nena en ik en ik en Nena. Punt. Dat had zij zo besloten.

Haar broertje Luna had ze jaren geleden al weggepest. Opzouten moest-ie. Hij was een ‘hij’, maar wel een ‘geholpen hij’, als in, zijn ballen waren ver te zoeken. Moest ze niets van hebben, kerels zonder ballen. Ze lijkt mij wel. Al kan ik op het gebied van kerels met en zonder ballen wegjagen nog een boel van haar leren. Interessant scenario doemt op. De deurbel gaat. Een willekeurige man met-of-zonder staat voor de deur. Ik doe de deur open, begin te blazen en roep keihard BOE! Knappe kerel die dan nog bij mij durft aan te bellen.

Om terug te komen op Bully. Hoe beter onze band werd nadat Nena naar de poezenhemel was vertrokken, hoe meer hij mij de baas werd. Katten kunnen dat. Het zijn meesterverleiders (oeps katten spiegelen): Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Jouw huis is mijn huis. Jouw tuin is mijn tuin. Vooral dat laatste. Voor ik het wist, verloor ik op een dag in de tuin mijn zelfrespect (met schattig stemmetje Bully smeken om een aai). In plaats van de aai in ontvangst te willen nemen, joeg hij mijn twee lieftallige, nietsvermoedende poezenjuweeltjes de stuipen op het lijf door als een dolle schuddebuikend op ze af te rennen.

Let wel, dit was niet speels bedoeld. Het gevolg was dat zowel poes 1 als poes 2 niets liever wilde dan zich tegelijk, zo snel mogelijk door het kattenluik heen proppen het veilige huis in, wat natuurlijk niet paste hoe mooi slank ze ook zijn. Oké poes 1 was net iets sneller en binnen, poes 2 rende in paniek met Bully achter zich aan toch maar weer de tuin in. Ik, hevig onthutst door het hele gebeuren, probeerde in allerijl het grote monster nog bij zijn staart te grijpen, maar het mocht niet baten. Hij was me te snel af. Hij had een doel en niks kon hem daar vanaf brengen. Poes 2 was in geen velden of wegen meer te bekennen, net als Bully. Wat overbleef was een poezenmoeder die totaal verbouwereerd en zichzelf verwijten makend in de tuin achterbleef. Poes 2 roepend. Tevergeefs.

Goed, en wat deed ik vervolgens? Het meest volwassene wat ik in zo’n geval kon doen, namelijk keihard optreden. Niemand komt aan mijn meisjes. Kom je aan mijn meisjes dan kom je aan mij. Dat soort teksten. In de praktijk betekent dit: Bully in de tuin, ik erop af mét glas water. Dat zal hem leren. Die eikel. Wat denkt hij wel niet? Oog om oog, tand om tand. Dat doe je als mensenmoeder toch ook? Als je kind gepest wordt, sta je toch ook op het schoolplein klaar met een glas water om die pestkop eens even goed aan te pakken? Ja toch?

Of toch niet? Want voelt dit ook goed? Nee dus. En Bully? Die snapt er geen reet van. Ik zie hem denken. Schouderophalend denken: “Wat een raar, inconsequent mens. Eerst wil ze dit en nu dat”.

Wat ik, als volwassene, ook kan doen (ik, die net een peperdure currrrrrsus ‘Communiceren, hoe doe je dat ook weer’ achter de rug heeft, want wie weet immers nog hoe dat moet: praten in plaats van typen), is Bully uitnodigen voor een bakkie en een goed gesprek. Mét brokje en als het echt gezellig wordt een blikje tonijn. Gaan we het uitpraten, bijleggen en vrede sluiten. Wie weet komen we tot een goed compromis. Zoals: in een even week mag je de tuin in. Of om het weekend. Werkt altijd dit soort afspraken. Beide partijen tevreden. Miauw.

Oeps in het kwadraat

Had ik me vorige week toch ‘per ongeluk’ aangemeld en de dag erna weer afgemeld voor een BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) opleiding tot bedieningsmedewerker bij een luxe vakantieresort! Bij aanmelding dacht ik: Leuk! Opleiding wordt betaald, mooi. Met mensen werken die op vakantie zijn, te gek en ik leer weer nieuwe dingen, joepi.

Oeps in het kwadraat! Mocht dan ook op het aardige en zeer goed bedoelde matje van mijn werkcoach komen. Aardige peer. Wel wat serieus, maar ja misschien ook wel nodig als je mensen als ik (EigenWijs, VrijheidsDrangerig, Luchtig en Lacherig HSPeetje dat inmiddels ergens in de 5e dimensie rondhangt of er in ieder geval tegenaan schurkt) naar werk moet coachen. Succes daarmee. Ik ben heel slecht coachbaar. Vind ik zelf. Ga graag mijn eigen weg en allerlei goedbedoelde adviezen hang ik maar al te graag in de hoogste boom.

Mijn grolletjes en grapjes om de boel wat luchtig te houden en om de hete brij heen te draaien, werden door mijn coach dan ook of niet begrepen of simpelweg genegeerd. Wat hij wil. Moest er zelf wel om lachen. Niet om mijn grapjes wel om de BBL aan- en afmelding binnen 2 dagen. HAHA.

Ik kwam er namelijk na aanmelding pas achter dat er heel veel, maar dan ook echt heeeel veel kinderen komen daar bij dat resort. Echt heel veel. Eigenlijk alleen maar. Ouders lijken elders te worden gedumpt of in de luxe CHALET (deftig uitspreken SVP) opgesloten door ‘de kids’ die er vervolgens lustig op los leven. Ze zijn overal. Die kinderen.Je kunt er niet omheen. HELP!

Begrijp me goed, ik heb niks tégen kinderen, maar ben ook niet persé voor ze. Als je begrijpt wat ik bedoel. Soms is het oké dat ze er zijn en soms niet. Ik ben niet voor niets zelf bewust kinderloos. Kinderen hebben aandacht nodig en als het om aandacht gaat ben ik erg egoïstisch. Wil alles voor mij. Alles is voor Bassie. Dat. En jaaaaaa ik hoor jullie spiritueeltjes (ben ik zelf ook) en zelfbewusten (ben ik zelf ook) al onderling smoezelen: “Oeioei die Heleen mag wel aan de slag met haar innerlijke kind dat hoogstwaarschijnlijk gekwetst is”. Ja dat zal best, maar daar heb ik nu dus geen zin in. Punt. Voor nu houd ik het erop dat ik graag in een kinderarme omgeving wil gaan werken.

Prachtig resort by the way. Niks mis mee. Superduperluxe. Maarrrr, ik zag mezelf niet achter de counter van het ‘snackrestaurant’ staan (je wordt gelyncht als je cafetaria zegt). Want daar begin je als Bedienings-BBL’er. In de cafetaria. Op zich niks mis mee. Lekker overzichtelijk. Kaassoufleetje in de frituur en natuurlijk niet te vergeten een biologisch veganistisch kroketje met groene patat. Jummie zeg ik.

Ik zou dus onderaan bij de ecologische frikandel beginnen, via de buffetkantine mijzelf omhoogwerken naar de Brasserie of het Grande Restaurant. Prachtig systeem, mooie chronologische volgorde, niks op aan te merken. Heb ik daar zin in en past dit bij me? Nee dus. Niks ten nadele van de mensen die dit wel gaan doen. Chapeau voor hen. Echt waar. Thumbs up.

Voel ik mij te goed voor werken in een cafetaria? Nee zeker niet. Want wie zegt dat het makkelijk is om een cafetaria te werken? Dat het makkelijk, leuk en fijn is om in een frituurpan te staan en vettig te worden (van de buitenkant mensen!)? Dat het tof is om elke dag blije heppiedepeppie kinderen en vermoeide, ik-ben-hier-omdat-ik-het-kan-betalen-niet-omdat-ik-het-leuk-vind papa’s en mama’s te voorzien van hun raketje en broodje vegetarische bal? R E S P E C T. Blij dat jullie er zijn.

Wat mij betreft verdienen jullie exact hetzelfde als het hoogste broodje kroket dat bij jullie werkt. Wat mij betreft verdient iedereen hetzelfde. Van de handige jongens, tot de schoonmakers, tot de receptionisten, tot de groene-vingers noem maar op. Iedereen is even belangrijk en even niet-belangrijk. Zonder het één draait het ander niet. Maar goed ik dwaal af.

Het voelde gewoon niet goed. En leg dat maar eens uit aan je werkcoach. Heb ik zo goed en zo kwaad gedaan als ik kon. Hij: ja, maar. Ik: heb vertrouwen. And so it is.

Hatseflatse! Dat dacht ik.

Na een halve parkeerplaats, een hele parkeerplaats, rondjes om de parkeerplaats en rennen als een malle door Veenhuizen, ik gisteren naar de Estafetterun van Roden.

De beginnerscursus Hartlopen afgerond en dus werd het de hoogste tijd voor wat prestatie- en bewijsdrang, bleek. Trainster Annie Fabriek had een tijdje geleden in de groepsapp gevraagd wie er mee wilde doen aan de estafette. En ja hoor, ik stak mijn digitale vinger in de lucht. Aaargh!!! Yep, ik doe wel mee. Hoe moeilijk kan het zijn. Easy peasy. Een rondje van 3,5 km moet lukken.

In de app roept het makkelijk. Heel makkelijk. En 23 juni leek nog ver weg. Totdat ik gisterochtend alweer op de wc zat. SHIT het is 23 juni!! Ik moest en mocht eraan geloven. Heb vorige week echt mijn best gedaan en mijn brein hard laten werken om maar excuses te vinden zodat ik niet heen hoefde. Iets met weerstand en iets echt niet willen, omdat ik DENK dat ik het niet kan, daar istie weer!!:

“Die anderen zijn veel sneller dan ik, dus laat iemand anders maar meedoen”
“Wat als ik de anderen teleurstel. Het is beter dat ik niet meedoe”
“Het word te warm, dat trek ik niet, ik val nog eens dood neer bij de finish als ik de finish al haal”

Echt. Het ging van kwaad tot erger.

Mijn brein is heel creatief als het gaat om excuses verzinnen om iets NIET te gaan doen. Dat ‘iets’ is vaak iets waar ik als mens van kan groeien. Waarom komt mijn brein niet met positieve motivatie en enthousiaste kreten als

“You can do it!” en “Heleen, als iemand het kan ben jij het!!”

Echt ontzettend stom. Nee in plaats daarvan mocht ik me door allerlei negatieve meuk en mindf*cks heen worstelen. Is me gelukt. Yes I can.

Ik was tweede in de estafetterij. Na Jan die loopt als een tiet. Lintje van Jan naar mij….iets met in een wisselvak staan en oooh god als ik dat lintje nu maar om krijg en niet laat vallen. Gelukt. Het begin ging aardig, maar na zo’n paar honderd meter was de gang er al uit. Daarna ging ik, voor mijn gevoel, als een slak, een schildpad en wat voor trage dieren zijn er nog meer. Alles en iedereen haalde me in. Uitslovers. Werd er sjaggie van en voelde dat mijn hoofd steeds heter en heter werd = rood en hopelijk nog niet paars. En dat er dan ook nog iemand (als in grijs en minstens 10 jaar ouder dan ik) tegen mij schreeuwt: “Ben jij een tijdloper??” Huh, dacht ik. Weet ik veel. Iedereen loopt toch ‘in tijd’? Dus ik schreeuw oververhit en brommerig terug: “Hoezo??” Hij: “Dan moet je rechts lopen!!” Gggrrrrr……Ik heb nergens gelezen dat als je er als een oververhitte slak bijloopt je dan rechts moet lopen. Ik zal de organisatie aanschrijven.

Maaarrrr…..de finish werd gehaald! In mijn eigen tempo. Precies zoals Annie Fabriek zei: “Loop gewoon je eigen tempo. Het maakt echt niet uit hoe lang je erover doet”. En dat heb ik maar ter harte genomen. Hoe sjaggie ik was tijdens het lopen, hoe blij ik erna was. Toffe support van de teamleden. Niemand die boos keek. En Wia die na mij haar ding kon doen. In haar tempo.

En last but not least: bitterballen met bier, cola en bitter lemon.
Een geslaagde middag waarin mijn wilskracht en vertrouwen het wonnen van mijn hoofd. Hatseflatse!! Dat dacht ik.

D-Day

Vandaag is de De Dag dat ik mijn frisse nieuwe poezen voor het eerst naar buiten doe. Jaaaaiks!! Als een moeder die haar kinderen voor het eerst de grote boze buitenwereld in laat.

Stap 1: gechipte poes programmeren in het kattenluikje. In de praktijk betekent dit: poes van buitenaf door kattenluik heen duwen. Dit gaat niet zonder slag of stoot want op het moment dat katten iets ‘moeten’ gaan ze zich verzetten. Goh. Herkenbaar…. Oftewel, poten breed uitzetten zodat alleen de kop door het luik gaat en poten blijven steken. Ja, geef ze eens ongelijk. Maar ja het mot ff gebeuren dus dan met liefdevol geweld de poes door luik heen drukken. Gelukkig leven katten in het nu dus eenmaal door het luik zijn ze deze kleine marteling alweer vergeten. Ging dat bij mensen maar zo. Even door het luikje en alles is vergeten en vergeven. Ideaal. Ik zeg briljant idee. Een mensenluik.

Stap 2: de poezen leren door het luik naar buiten te gaan. Beiden stonden er quasi- enthousiast voor. Al kwispelend voor zover katten dat kunnen. Mij lief en smekend aan te kijken zo van, en nu dan? Hoe werkt dit? Die paar seconden dat ze buiten zijn geweest in mijn houdgreep voor stap 1, heeft hun verlangen naar het leven aan de andere kant van het luik AAN gezet. Verlangen naar het onbekende, het onbekende gaan ontdekken. Ik wil ik wil ik wil en ik ga dit niet meer loslaten. Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Tenminste zo kijken ze.

Stap 3: poes voor poes door het luik heen naar buiten begeleiden zo van, zo werkt het. Eenmaal buiten kijken ze verward. Waar ben ik? Net was ik nog binnen. Dat. En dan mag ik als moederpoesmens proberen ontspannen te zijn en blij voor ze dat ze nu ‘eindelijk’ (als in na 3 weken, het valt mee) buiten zijn en de boel mogen gaan besnuffelen. Uhm….en dat valt niet mee. Mijn hart klopt toch wat sneller en die bekende moeilijke gedachtes die voorbij komen: “Stel dat ze er direct vandoor gaan en nooit weer terugkomen?” en “Ze zijn hier nog maar net dus pas maar op!” Dus ik begin als een bezetene met een bakje met kattensnoepjes te schudden. Dit, terwijl ze nog geen paar centimeter bij me vandaan zijn. Call me crazy. Ze kijken niet op of om. Sterker nog, ik word genegeerd. Auw. Tja, maar wat wil je ook. Buiten zijn de bloemetjes en de bijtjes. Wie wil daar nou niet in rondtoffelen? Dit in plaats van droge snoepjes die ze binnen ook krijgen naar binnenwerken?

Stap 4: vertrouwen hebben. Poepoe dit valt niet mee. Zo lief als ze zijn, komen ze toch af en toe even naar dit moederpoesmens toe, als om aan te geven hoe blij ze zijn met deze nieuwe stap. Ze moeten nog wel in het zicht blijven anders wordt het me te gortig. Niet ineens achter een struik verdwijnen. Stapje voor stapje. De ontmoeting met twee buurpoezen loopt voorspoedig op wat klein gemekker na. Oké en na 10 minuten vind ik het genoeg. Voor nu. Ik roep ze met een lieflijk stemmetje (alsof dat helpt) en als dat niet werkt, toch maar naar ze toe. Uitleggen waarom ze weer naar binnen ‘moeten’. Ze snappen er niks van. We zijn toch net buiten? En omdat ik wil dat ze het luikje gaan begrijpen, zet ik ze er voor neer met de uitleg dat ze naar binnen kunnen door met hun koppie eerst door het luikje te gaan. Beste uitleg ever, zeg ik. Meer woorden zijn niet nodig. Als ik het voor zou kunnen doen, zou ik het doen. Oké uitleg volstaat niet. Dan maar weer naar binnen ‘proppen’. Let wel: liefdevol proppen, er komt geen bloed aan te pas. Eenmaal binnen kijken ze weer verward: “huh?” Zijn ze ineens weer binnen. Ha en dan weer voor dat luikje gaan zitten. Morgen mag ik beginnen met stap 2. Nu al zin in.

Wat denk jij dat je niet kunt en ga je toch doen?

Oké ik dus gisteravond naar een cursus hardlopen. Voor beginners wel te verstaan. Ik had geen zin, echt geen zin. Ik wilde niet heen, want ik kan dat niet ..hardlopen. Wat doe ik mezelf aan? Een hele rits aan beperkende gedachtes kwamen voorbij. Waarom ga ik dit doen terwijl ik het niet leuk vind? Maar vind ik het echt niet leuk of vind ik het niet leuk omdat ik DENK dat ik het niet kan. Ja dat dus.

Op de middelbare school liep ik altijd achteraan met rondjes rennen rond het voetbalveld. Die gymleraar die dan weer tegen me schreeuwde: “Kom op Heleen!”. Ja uuh krijg jij ff lekker het heen en weer dacht ik en vooral: “Doe het ff lekker zelf”. Haha. Ook met vriendinnen ‘geprobeerd’ hard te lopen, want ja het is zo lekker makkelijk. Je loopt zo naar buiten in je strakke pakkie en gaan met die banaan. Nou binnen de kortste keren was mijn hartslag mijn keel al ingeschoten en kon ik geen stap meer verzetten. En zo heb ik tig voorbeelden die bewijzen dat ik echt niet kan hardlopen. Stoer aan bootcamp gaan doen en er dan niet bij vermelden dat ik achteraan liep. Elke keer. Hardlopen is gewoon stom en alleen bedoeld voor mensen die een trein of bus moeten halen en ik heb een auto. Dus. Of vroeg ik misschien wat te veel van mezelf? Wilde ik te snel, te veel? Misschien iets met te hard van stapel lopen (ja hij is leuk)?

Ja dus. Gisteravond bij Annie Fabriek van Hart-lopen al geleerd dat je vooral rustig moet beginnen. Goh. Klinkt ook best wel logisch. Geen marathonstappen maar gewoon kleine stappen in je eigen tempo. Dan is het best aardig te doen. Ik ben er nog niet, nog lang niet. Maar de wil en het streven is er om aan het einde van de 10 weken 20 minuten te kunnen hardlopen. Of meer!! Dat zou voor mij een echte overwinning zijn. Iets doen waarvan ik dacht dat ik het nooit zou kunnen. ‘Eat that’ meneer de gymleraar! Rondje voetbalveld doen? Niet nu, over 10 weken.

Wat denk jij dat je niet kunt en ga je toch doen?