Maandelijks archief: september 2019

Bully de Buurtkat alias Bully from The Block

Hij is grijs met grote kop en volslank (heel erg volslank). Hij krijgt van mij het stempel HIJ omdat HIJ gemeen en niet-lief is tegen mijn twee wél-lieve, superschattige, doen-nooit-een-vlieg-kwaad parels van poesjes. Katers zijn gemeen en poesjes niet. Dik vet vooroordeel van mijn kant maar ‘soit’. Het is mij vergeven. Ik noem hem Bully.

Bully sloop regelmatig met zijn volslanke lijf mijn tuin in. Wij hadden een goeie relatie, Bully en ik. Dat hij in mijn weelderige kattenkruid high lag te worden (hij draaide er nog net geen joint van) om vervolgens in de zevende hemel weer weg te zwalken, vond ik dan ook geen punt. Het volslanke lijf kon zelfs een aai van mij krijgen. Zat hij niet op te wachten. Stom eenkennig beest haha.

Nena, mijn ex-poes, moest niets van Bully de Buurtkat hebben. Zodra ze zijn grote katerkop in zicht had, stoof ze, van binnen keihard door het luik naar buiten, met een rotvaart op hem af. Nena was voor de duvel niet bang. Ging overal op af. Alles op vier poten, met staart en snorharen werd zonder pardon naar het einde der tuin verwezen. Zonder uitleg. Ze waren gewoon niet welkom. Het was Nena en ik en ik en Nena. Punt. Dat had zij zo besloten.

Haar broertje Luna had ze jaren geleden al weggepest. Opzouten moest-ie. Hij was een ‘hij’, maar wel een ‘geholpen hij’, als in, zijn ballen waren ver te zoeken. Moest ze niets van hebben, kerels zonder ballen. Ze lijkt mij wel. Al kan ik op het gebied van kerels met en zonder ballen wegjagen nog een boel van haar leren. Interessant scenario doemt op. De deurbel gaat. Een willekeurige man met-of-zonder staat voor de deur. Ik doe de deur open, begin te blazen en roep keihard BOE! Knappe kerel die dan nog bij mij durft aan te bellen.

Om terug te komen op Bully. Hoe beter onze band werd nadat Nena naar de poezenhemel was vertrokken, hoe meer hij mij de baas werd. Katten kunnen dat. Het zijn meesterverleiders (oeps katten spiegelen): Ik ben lief ik ben lief ik ben lief. Jouw huis is mijn huis. Jouw tuin is mijn tuin. Vooral dat laatste. Voor ik het wist, verloor ik op een dag in de tuin mijn zelfrespect (met schattig stemmetje Bully smeken om een aai). In plaats van de aai in ontvangst te willen nemen, joeg hij mijn twee lieftallige, nietsvermoedende poezenjuweeltjes de stuipen op het lijf door als een dolle schuddebuikend op ze af te rennen.

Let wel, dit was niet speels bedoeld. Het gevolg was dat zowel poes 1 als poes 2 niets liever wilde dan zich tegelijk, zo snel mogelijk door het kattenluik heen proppen het veilige huis in, wat natuurlijk niet paste hoe mooi slank ze ook zijn. Oké poes 1 was net iets sneller en binnen, poes 2 rende in paniek met Bully achter zich aan toch maar weer de tuin in. Ik, hevig onthutst door het hele gebeuren, probeerde in allerijl het grote monster nog bij zijn staart te grijpen, maar het mocht niet baten. Hij was me te snel af. Hij had een doel en niks kon hem daar vanaf brengen. Poes 2 was in geen velden of wegen meer te bekennen, net als Bully. Wat overbleef was een poezenmoeder die totaal verbouwereerd en zichzelf verwijten makend in de tuin achterbleef. Poes 2 roepend. Tevergeefs.

Goed, en wat deed ik vervolgens? Het meest volwassene wat ik in zo’n geval kon doen, namelijk keihard optreden. Niemand komt aan mijn meisjes. Kom je aan mijn meisjes dan kom je aan mij. Dat soort teksten. In de praktijk betekent dit: Bully in de tuin, ik erop af mét glas water. Dat zal hem leren. Die eikel. Wat denkt hij wel niet? Oog om oog, tand om tand. Dat doe je als mensenmoeder toch ook? Als je kind gepest wordt, sta je toch ook op het schoolplein klaar met een glas water om die pestkop eens even goed aan te pakken? Ja toch?

Of toch niet? Want voelt dit ook goed? Nee dus. En Bully? Die snapt er geen reet van. Ik zie hem denken. Schouderophalend denken: “Wat een raar, inconsequent mens. Eerst wil ze dit en nu dat”.

Wat ik, als volwassene, ook kan doen (ik, die net een peperdure currrrrrsus ‘Communiceren, hoe doe je dat ook weer’ achter de rug heeft, want wie weet immers nog hoe dat moet: praten in plaats van typen), is Bully uitnodigen voor een bakkie en een goed gesprek. Mét brokje en als het echt gezellig wordt een blikje tonijn. Gaan we het uitpraten, bijleggen en vrede sluiten. Wie weet komen we tot een goed compromis. Zoals: in een even week mag je de tuin in. Of om het weekend. Werkt altijd dit soort afspraken. Beide partijen tevreden. Miauw.

Oeps in het kwadraat

Had ik me vorige week toch ‘per ongeluk’ aangemeld en de dag erna weer afgemeld voor een BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) opleiding tot bedieningsmedewerker bij een luxe vakantieresort! Bij aanmelding dacht ik: Leuk! Opleiding wordt betaald, mooi. Met mensen werken die op vakantie zijn, te gek en ik leer weer nieuwe dingen, joepi.

Oeps in het kwadraat! Mocht dan ook op het aardige en zeer goed bedoelde matje van mijn werkcoach komen. Aardige peer. Wel wat serieus, maar ja misschien ook wel nodig als je mensen als ik (EigenWijs, VrijheidsDrangerig, Luchtig en Lacherig HSPeetje dat inmiddels ergens in de 5e dimensie rondhangt of er in ieder geval tegenaan schurkt) naar werk moet coachen. Succes daarmee. Ik ben heel slecht coachbaar. Vind ik zelf. Ga graag mijn eigen weg en allerlei goedbedoelde adviezen hang ik maar al te graag in de hoogste boom.

Mijn grolletjes en grapjes om de boel wat luchtig te houden en om de hete brij heen te draaien, werden door mijn coach dan ook of niet begrepen of simpelweg genegeerd. Wat hij wil. Moest er zelf wel om lachen. Niet om mijn grapjes wel om de BBL aan- en afmelding binnen 2 dagen. HAHA.

Ik kwam er namelijk na aanmelding pas achter dat er heel veel, maar dan ook echt heeeel veel kinderen komen daar bij dat resort. Echt heel veel. Eigenlijk alleen maar. Ouders lijken elders te worden gedumpt of in de luxe CHALET (deftig uitspreken SVP) opgesloten door ‘de kids’ die er vervolgens lustig op los leven. Ze zijn overal. Die kinderen.Je kunt er niet omheen. HELP!

Begrijp me goed, ik heb niks tégen kinderen, maar ben ook niet persé voor ze. Als je begrijpt wat ik bedoel. Soms is het oké dat ze er zijn en soms niet. Ik ben niet voor niets zelf bewust kinderloos. Kinderen hebben aandacht nodig en als het om aandacht gaat ben ik erg egoïstisch. Wil alles voor mij. Alles is voor Bassie. Dat. En jaaaaaa ik hoor jullie spiritueeltjes (ben ik zelf ook) en zelfbewusten (ben ik zelf ook) al onderling smoezelen: “Oeioei die Heleen mag wel aan de slag met haar innerlijke kind dat hoogstwaarschijnlijk gekwetst is”. Ja dat zal best, maar daar heb ik nu dus geen zin in. Punt. Voor nu houd ik het erop dat ik graag in een kinderarme omgeving wil gaan werken.

Prachtig resort by the way. Niks mis mee. Superduperluxe. Maarrrr, ik zag mezelf niet achter de counter van het ‘snackrestaurant’ staan (je wordt gelyncht als je cafetaria zegt). Want daar begin je als Bedienings-BBL’er. In de cafetaria. Op zich niks mis mee. Lekker overzichtelijk. Kaassoufleetje in de frituur en natuurlijk niet te vergeten een biologisch veganistisch kroketje met groene patat. Jummie zeg ik.

Ik zou dus onderaan bij de ecologische frikandel beginnen, via de buffetkantine mijzelf omhoogwerken naar de Brasserie of het Grande Restaurant. Prachtig systeem, mooie chronologische volgorde, niks op aan te merken. Heb ik daar zin in en past dit bij me? Nee dus. Niks ten nadele van de mensen die dit wel gaan doen. Chapeau voor hen. Echt waar. Thumbs up.

Voel ik mij te goed voor werken in een cafetaria? Nee zeker niet. Want wie zegt dat het makkelijk is om een cafetaria te werken? Dat het makkelijk, leuk en fijn is om in een frituurpan te staan en vettig te worden (van de buitenkant mensen!)? Dat het tof is om elke dag blije heppiedepeppie kinderen en vermoeide, ik-ben-hier-omdat-ik-het-kan-betalen-niet-omdat-ik-het-leuk-vind papa’s en mama’s te voorzien van hun raketje en broodje vegetarische bal? R E S P E C T. Blij dat jullie er zijn.

Wat mij betreft verdienen jullie exact hetzelfde als het hoogste broodje kroket dat bij jullie werkt. Wat mij betreft verdient iedereen hetzelfde. Van de handige jongens, tot de schoonmakers, tot de receptionisten, tot de groene-vingers noem maar op. Iedereen is even belangrijk en even niet-belangrijk. Zonder het één draait het ander niet. Maar goed ik dwaal af.

Het voelde gewoon niet goed. En leg dat maar eens uit aan je werkcoach. Heb ik zo goed en zo kwaad gedaan als ik kon. Hij: ja, maar. Ik: heb vertrouwen. And so it is.